Biologie olympiade

Gisteren sprak ik op een verjaardagsfeestje met een aantal vrijwilligers van de Biologie olympiade. Zij vertelden mij dat ze het jammer vonden dat wiskunde B-leerlingen geen kansrekening krijgen op school. Daardoor hebben Nederlandse leerlingen altijd moeite met vragen over erfelijkheid. Daar zit namelijk best wel pittige kansrekening in. Dit zie je bijvoorbeeld aan onderstaande vraag die in een andere formulering in de voorronde van de Biologie olympiade zat:

Onze oogkleur wordt bepaald door de allelen die je hebt. In deze opgave doen we alsof er maar twee type allelen zijn: B(ruin) en b(lauw). Ieder mens heeft in zijn DNA twee van zulke allelen zitten. Als deze allebei b(lauw) zijn, heb je blauwe ogen. In alle andere gevallen heb je bruine ogen. In het land Biologia zijn 60 procent van de allelen bruin.

Oogkleur_schema

Als een kind geboren wordt, erft hij één allel van zijn vader en één allel van zijn moeder. In een bepaald gezin in Biologia heeft de vader bruine ogen en de moeder blauwe ogen. Wat is de kans dat beide kinderen in dit gezin blauwe ogen hebben?

In de rest van deze post laat ik zien waarom deze vraag zo moeilijk is, maar het is misschien leuk om er eerst zelf over na te denken!

Lees verder Biologie olympiade