Berekenen van verkiezingsuitslag

In de politiek gebeurt er regelmatig iets dat ik zo onlogisch vind dat mijn haren er recht van overeind gaan staan. Vaak is het dan zo dat als ik mij vervolgens in de zaak verdiep het allemaal toch logisch blijkt te zijn. Vandaag maakte ik dit proces door toen ik mij verdiepte in hoe zetels worden toegekend op basis van een verkiezingsuitslag.

Wat ik eerst oneerlijk vond

In Rotterdam had DENK ongeveer twee keer zo veel stemmen als de PVV. Toch had DENK 4 zetels en de PVV maar 1 zetel. Dat voelt onrechtvaardig: vier keer zoveel zetels voor slechts twee keer zoveel stemmen. Toen ik ging uitzoeken waarom dit mogelijk was, stuitte ik op de volgende fictieve uitslag op een tweede kamer verkiezing waarbij er 50 zetels te verdelen zijn:

  • Partij A: 101 stemmen
  • Partij B: 999 stemmen
  • Partij C: 1900 stemmen
  • Partij D: 47000 stemmen

Er hebben 50.000 mensen gestemd voor 50 zetels. Dit betekent dat iedere 1000 stemmen één zetel waard is. Op die manier heeft partij C recht op 1 zetel en partij D recht op 47 zetels. Er zijn echter 2 zetels over – zogenaamde restzetels. De vraag is `naar wie zouden die moeten gaan?’

Lees verder Berekenen van verkiezingsuitslag